ADHDawareness, NWO Vidi

New publication: what do people with ADHD think about Neurodiversity

Okt 2026: Neurodiversiteit… Het is een hot topic waar steeds meer aandacht voor is. Het concept van neurodiversiteit verwijst naar de variatie in het menselijk denken en functioneren. In tegenstelling tot de klassiekere conceptualisaties door psychiaters in de jaren 60 worden aandoeningen zoals ADHD en autisme niet meer gezien als een “stoornis” die eigen is aan de persoon zelf. Binnen het neurodiversiteitsdenken wordt ADHD bijvoorbeeld gezien als een andere manier van denken en functioneren: niet beter of slechter, gewoon anders. Het woord “neurotypisch” verwijst doorgaans naar mensen die bij de middenmoot of meerderheid behoren terwijl de term “neurodivergent” verwijst naar onder andere mensen met bijvoorbeeld ADHD, autisme, of dyslexie.

Er wordt al veel gesproken en geschreven over neurodiversiteit, ook worden de eerste studies al gedaan naar dit onderwerp. Wat nog onbekend is: wat vinden mensen met ADHD zelf van dit concept? Samen met Impuls & Woortblind (de Nederlandse organisatie voor mensen met ADHD, dyslexie en dyscalculie) zetten we een vragenlijst op om dit te bevragen. Hierin werkten we samen met het Platform Wetenschap ADHD, een unieke samenwerking (co-creatie) die wetenschappers, behandelaren en ervaringsdeskundigen rondom ADHD bij elkaar brengt. Uiteindelijk konden we antwoorden verzamelen van 224 volwassenen met ADHD.

De meeste mensen (86%) hadden wel al eens gehoord van neurodiversiteit en 76% vond het neurodiversiteitsdenken een aantrekkelijke manier van denken. Mensen met ADHD definieerden neurodiversiteit op veel verschillende manieren, wat duidelijk maakt dat het concept geen eenduidige definitie heeft. Belangrijker is misschien nog dat volwassenen met ADHD in Nederland die de vragenlijst invulden zowel voor- als nadelen zagen aan het neurodiversiteitsdenken. Zo waren ze erg te spreken over het feit dat het concept van neurodiversiteit kan bijdragen aan meer acceptatie, erkenning en normalisatie van diversiteit. Ook het feit dat neurodiversiteit over iedereen gaat (iedereen heeft namelijk een unieke manier van zijn en denken), een neutralere term is dan medische diagnoses en minder dwingt om in hokjes te denken, vonden veel deelnemers positief.

Tegelijkertijd gaven ze ook aan dat het concept neurodiversiteit wat vaag en breed kan zijn, want over wie hebben we het dan nog als het over iedereen gaat? En krijg je dan nog wel toegang tot zorg als het “gewoon maar” een andere manier van zijn en denken is? Toch is 64% van de deelnemers het eens dat het klassieke deficit-denken hand wel in hand kan gaan met het nieuwere neurodiversiteitsdenken (zie onderstaande figuur).

Onze resultaten tonen aan dat er nog veel discussie is over neurodiversiteit, met voor- en nadelen en met voor- en tegenstanders, ook binnen neurodivergente groepen zoals mensen met ADHD. We zullen ongetwijfeld nog veel veranderingen zien in hoe neurodiversiteit wordt gedefinieerd en hoe mensen zich daartoe verhouden. Het is alleszins belangrijk dat, wanneer we spreken over iets als neurodiversiteit en zeker neurodivergentie, we dat doen samen met de mensen over wie het gaat. Dit onderzoek is daarmee ook een belangrijk eerste samenwerkingsproduct uit het Platform Wetenschap ADHD.

Ben je benieuwd naar de volledige paper? Die kan je hier terugvinden:

De Roubaix, A., Schippers, L. M., Abels, R., Van Casteren, P., Franke, B., Greven, C. U., Hoekstra, P. J., Hurks, P. P. M., Meilink, A., Pereira, R. R., Scheres, A., Sobolewska, A. M., Van De Velde, H., Dekkers, T. J., & Hoogman, M. (2026). Perceptions of the Neurodiversity Concept: Threat or Opportunity for Adults With ADHD? Neurodiversity, 4. https://doi.org/10.1177/27546330261490602

Oct 2026: Neurodiversity is a hot topic that is receiving increasing attention. The concept of neurodiversity refers to the natural variation in human thinking and functioning. In contrast to more traditional conceptualizations developed by psychiatrists in the 1960s, conditions such as ADHD and autism are no longer viewed solely as disorders that reside within the individual. Within the neurodiversity paradigm, ADHD, for example, is seen as a different way of thinking and functioning: not better or worse, simply different. The term neurotypical generally refers to people whose cognitive and behavioral characteristics fall within the majority or average range, whereas neurodivergent refers to people with conditions such as ADHD, autism, or dyslexia.

Much has already been said and written about neurodiversity, and the first scientific studies on the topic have begun to emerge. What remains largely unknown, however, is how people with ADHD themselves view this concept. Together with Impuls & Woortblind (the Dutch organization for people with ADHD, dyslexia, and dyscalculia), we developed a survey to explore this question. The project was conducted in collaboration with the Platform Wetenschap ADHD, a unique co-creation initiative that brings together researchers, clinicians, and individuals with lived experience of ADHD. Ultimately, we collected responses from 224 adults with ADHD.

Most participants (86%) had heard of neurodiversity before, and 76% considered the neurodiversity perspective an appealing way of thinking. People with ADHD defined neurodiversity in many different ways, underscoring the absence of a single, universally accepted definition of the concept. Perhaps more importantly, Dutch adults with ADHD who completed the survey identified both advantages and disadvantages of the neurodiversity perspective.

Participants were particularly positive about the idea that neurodiversity may promote greater acceptance, recognition, and normalization of human differences. Many also appreciated that neurodiversity applies to everyone, since everyone has their own unique way of being and thinking. In addition, they viewed the concept as a more neutral term than medical diagnoses and as a framework that places less emphasis on categorizing people into rigid boxes.

At the same time, participants noted that the concept of neurodiversity can be somewhat vague and broad. If neurodiversity applies to everyone, they asked, who exactly are we referring to? They also questioned whether people would still have adequate access to care and support if ADHD were regarded as “just” a different way of being and thinking. Nevertheless, 64% of participants agreed that the traditional deficit-based perspective and the newer neurodiversity perspective can coexist and complement one another (see figure below).

Our results show that there is still much discussion surrounding neurodiversity, with both advantages and disadvantages, and with supporters as well as critics, including within neurodivergent groups such as people with ADHD. We will undoubtedly continue to see many changes in how neurodiversity is defined and how people relate to it. It is important, in any case, that when we talk about something like neurodiversity, and especially neurodivergence, we do so together with the people whom it concerns. This study therefore also represents an important first collaborative product of the Dutch ADHD Science Platform.

Are you curious about the full paper? You can find it here:

De Roubaix, A., Schippers, L. M., Abels, R., Van Casteren, P., Franke, B., Greven, C. U., Hoekstra, P. J., Hurks, P. P. M., Meilink, A., Pereira, R. R., Scheres, A., Sobolewska, A. M., Van De Velde, H., Dekkers, T. J., & Hoogman, M. (2026). Perceptions of the Neurodiversity Concept: Threat or Opportunity for Adults With ADHD? Neurodiversity, 4. https://doi.org/10.1177/27546330261490602

ADHD and creativity, NWO Vidi, Positive aspects of ADHD

Team present at the 2026 EUNETHYDIS meeting in Leuven (and bringing home a poster award)

Okt 2026: Dit jaar trokken we met ons team naar Leuven in België voor de 37e editie van de jaarlijkse EUNETHYDIS-meeting. Dit congres brengt onderzoekers en clinici uit heel Europa samen rond ADHD. Naast het ontmoeten van collega’s en het leggen van nieuwe contacten, is het ook dé plek om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

Amy de Roubaix, Jennifer de Smidt, Lessa Schippers & Han Fang + Martine Hoogman (not in the picture)

Ook dit jaar passeerden heel wat interessante studies de revue. Zo stelde men een project voor waarbij samen met mensen die op de wachtlijst staan voor een ADHD-diagnose, een psycho-educatieve app werd ontwikkeld. Daarnaast leerden we over de ontwikkeling van een virtuele assistent die getraind werd om betrouwbare informatie over ADHD te geven.

Een thema dat op verschillende momenten terugkwam, was taal. Hoe spreken we over ADHD? En welke woorden gebruiken we om mensen met ADHD te beschrijven? Daarbij werd benadrukt dat er geen universeel juiste taal bestaat waar iedereen zich in kan vinden. Wel groeit het bewustzijn dat bepaalde termen misschien beter vermeden worden. Zo werd bijvoorbeeld de term “healthy controls” ter discussie gesteld. Want wat bedoelen we precies als we een controlegroep “gezond” noemen? En wat zegt dat dan impliciet over mensen met ADHD?

Ook op het vlak van ouderbegeleiding werden interessante inzichten gedeeld. Zo bleek dat het niet alleen belangrijk is om ouders vaardigheden aan te leren, maar ook om hun vertrouwen in die vaardigheden te versterken. Rollenspellen tijdens therapie blijken daarbij een belangrijke rol te spelen.

Daarnaast leerden we meer over genetisch onderzoek naar ADHD. Daarbij werd erop gewezen dat veel grote genetische studies gebruikmaken van gegevens van deelnemers die werden gediagnosticeerd in de tijd van de DSM-IV. Omdat ADHD en autisme toen niet samen gediagnosticeerd konden worden, weerspiegelen deze onderzoeksgroepen mogelijk niet volledig de diversiteit van de ADHD-populatie die we vandaag kennen, waarin beide diagnoses regelmatig samen voorkomen.

Ook het onderzoek uit onze onderzoeksgroep werd voorgesteld tijdens de postersessies. Vier onderzoekers presenteerden hun recente werk rond positieve aspecten van ADHD. Han Fang (PhD student) stelde haar meta-analyse over creativiteit bij ADHD voor. Lessa Schippers (PhD student) presenteerde haar onderzoek naar de positieve eigenschappen die ouders zien bij hun kind met ADHD en/of autisme. Jennifer de Smidt (PhD student) gaf een inkijk in de eerste resultaten van haar studie naar zowel de positieve als de uitdagende kanten van impulsiviteit bij ADHD, en naar de contextfactoren die bepalen hoe impulsiviteit tot uiting komt. Amy De Roubaix (Postdoc) presenteerde haar onderzoek naar de positieve eigenschappen die leerkrachten herkennen bij kinderen met ADHD, autisme, DCD, TOS en leerstoornissen.

Als mooie afsluiter won dat laatste onderzoek bovendien één van de twee Alessandro Zuddas poster awards die tijdens het congres werden uitgereikt. Kortom, het was opnieuw een inspirerende editie vol nieuwe ideeën, boeiende gesprekken en verrassende inzichten. We kijken nu al uit naar de volgende EUNETHYDIS-meeting in Uppsala.

Oct 2026: This year, our team headed to Leuven in Belgium for the 37th edition of the annual EUNETHYDIS meeting. This conference brings together researchers and clinicians from across Europe to focus on ADHD. Beyond meeting colleagues and making new connections, it is also the ideal place to stay up to date with the latest scientific insights.
A number of interesting studies were presented again this year. For instance, a project was introduced in which a psycho-educational app was developed in collaboration with people on the waiting list for an ADHD diagnosis. We also learned about the development of a virtual assistant trained to provide reliable information about ADHD
One recurring theme was language. How do we talk about ADHD? And what words do we use to describe people with ADHD? It was emphasized that there is no universally "correct" language that everyone agrees on. However, there is growing awareness that certain terms might be best avoided. The term "healthy controls," for instance, was called into question. After all, what exactly do we mean when we label a control group "healthy"? And what does that implicitly imply about people with ADHD?

Interesting insights were also shared regarding parental guidance. It emerged that it is important not only to teach parents skills but also to strengthen their confidence in those skills. Role-playing during therapy proves to play a significant role in this regard.
In addition, we learned more about genetic research in ADHD. It was noted that many large-scale genetic studies utilize data from participants diagnosed during the DSM-IV era. Because ADHD and autism could not be diagnosed concurrently at that time, these study cohorts may not fully reflect the diversity of the ADHD population as we know it today, where the two diagnoses frequently co-occur.

Research from our group was also showcased during the poster sessions. Four researchers presented their recent work focusing on the positive aspects of ADHD. Han Fang (PhD student) presented her meta-analysis on creativity in ADHD. Lessa Schippers (PhD student) presented her research on the positive traits parents observe in their children with ADHD and/or autism. Jennifer de Smidt (PhD student) shared preliminary findings from her study examining both the positive and challenging aspects of impulsivity in ADHD, as well as the contextual factors that shape how impulsivity manifests. Amy De Roubaix (Postdoc) presented her research on the positive traits teachers recognize in children with ADHD, autism, DCD, DLD, and learning disabilities.

To top it all off, that final study won one of the two 'Alessandro Zuddas poster awards' presented during the conference. In short, it was once again an inspiring edition, full of new ideas, engaging conversations, and surprising insights. We are already looking forward to the next EUNETHYDIS meeting in Uppsala.
Other

Wetenschap en filosofie in gesprek over neurodiversiteit

Op donderdag 6 november ging ik (Amy De Roubaix) in gesprek met filosoof Léon de Bruin over het hot topic “neurodiversiteit” tijdens een Radboud Reflects lezing.

Maar wat bedoelen we nu precies met neurodiversiteit, en waar komt dat woord eigenlijk vandaan? Dat was het vertrekpunt van het eerste deel van de lezing van Prof. Dr. Léon De Bruin. Neurodiversiteit verwijst enerzijds naar een biologisch gegeven: ieders brein is uniek. Anderzijds is er het neurodiversiteitsparadigma, dat stelt dat diagnoses zoals ADHD of autisme niet noodzakelijk “stoornissen” zijn, maar natuurlijke variaties in hoe mensen denken, doen en zijn. Dit paradigma pleit voor demedicalisering van dergelijke labels, en benadrukt dat ook de maatschappij een grote rol speelt en soms zelfs als bron van de ervaren moeilijkheden. Daarnaast is er de neurodiversiteitsbeweging, die zich inzet voor meer acceptatie, normalisering en destigmatisering van neurodivergente personen.

Maar dan blijft de vraag: allemaal goed en wel, maar hoe kijken mensen met een neurodivergentie hier zelf naar? Om dat te onderzoeken, ontwikkelden wij samen met de Nederlandse vereniging Impuls & Woortblind een survey die ingevuld werd door meer dan 200 Nederlanders met ADHD. Daarmee brachten we verschillende voordelen en kanttekeningen van het neurodiversiteitsdenken in kaart. En die waren soms opvallend tegenstrijdig! Zo waarderen veel deelnemers dat het een inclusief begrip is dat iedereen omvat, maar vinden anderen het daardoor té breed: als het over iedereen gaat, hoe kunnen we dan nog passende zorg bieden? Veel respondenten zien ADHD niet langer als een ziekte, maar als een verzameling aangeboren kenmerken die in de ene context helpend zijn en in de andere minder handig. Toch vond de meerderheid dat het afschaffen van diagnostische categorieën geen goed idee zou zijn onder andere omdat neurodiversiteit alleen niet zou volstaan als kader voor zorg en ondersteuning.

Na de lezingen gingen we met elkaar én met het publiek in gesprek: Heeft het nog zin om diagnostische categorieën te behouden? Wat met de toename van zelfidentificaties met diagnoses? En kun je ADHD hebben zonder daaronder te ‘lijden’? Dat en veel meer kwam aan bod tijdens deze boeiende avond. Benieuwd naar meer? Lees dan zeker het verslag hier na waar je ook kan linken naar de video en de podcast van de lezing.

Labmembers, Positive aspects of ADHD

ADHDawarenessMonth Post 4: visiting a.s.r. to share our work with company doctors

We werden vorige week uitgenodigd om een lezing te geven voor medewerkers van verzekeraar a.s.r. en dit over een onderwerp die ons nauw aan het hart ligt: neurodiversiteit, ADHD, en de positieve kanten van anders denken.

Tijdens de lezing bespraken en ervaarden we hoe ieder brein op een unieke manier werkt. Dat is niet alleen helemaal oké, het is ook nog eens waardevol. In sommige situaties is een bepaalde manier van denken juist een voordeel, terwijl in andere contexten een andere aanpak beter werkt. ADHD wordt vaak gedefinieerd aan de hand van wat er misgaat. Maar wat als we ook kijken naar wat er wél goed gaat? Neem nu impulsiviteit. Dat wordt vaak gezien als een risico. Maar het kan er ook voor zorgen dat je snel en doeltreffend reageert in crisissituaties, of dat jij degene bent die wél die wereldreis maakt waar anderen alleen maar over praten.

Een mooie vraag van één van de deelnemers was: hoe brengen we deze boodschap naar beleid, zorg en onderwijs? Tja, meer en sterker onderzoek kunnen ons daar zeker mee op weg helpen en ook het vinden van de juiste partners is daarbij heel belangrijk (neem zeker contact op als jij lijntjes hebt met beleid!). Maar we hoeven daar ook niet op te wachten. We kunnen nu al kleine zaadjes planten door in gesprek te gaan met elkaar over neurodiversiteit, door te kijken naar de unieke talenten binnen het team, en door bespreekbaar te maken wat voor ons wel of niet werkt.

Diversiteit is geen probleem dat opgelost moeten worden. Laat het een kracht zijn die ons verder brengt. Want als we allemaal op dezelfde manier zouden denken en doen, zou de wereld maar een saaie plek zijn.